Rotterdamse politie in oorlogstijd
Vandaag hoorde ik op Radio 1 een interview met Frank van Riet over het bovengenoemde onderwerp. Frank van Riet hoopt daar 23 april op te promoveren. Het is een onderwerp waar wij in de familie mee te maken hebben gehad, omdat een broer van mijn moeder, (oom)Niek van Velzen, toen werkzaam bij de recherche, in zijn weigering als een van de weinigen, mee te werken aan het ophalen van rotterdamse Joden moest onderduiken op de Veluwe. Hij is toen verraden en gevangen genomen door de Duitsers via concentratiekamp Vught, dan Sachsenhausen en tot 20 april 1945 in Neuengamme. Ten slotte ontsnapte hij na de ontuiming van dit laatste kamp aan de dood, bij een bombardement van de engelse Typhoons, die de vluchtende Duitsers met hun schepen inclusief gevangenen, onder schot namen en waarbij toen ook vele krijgsgevangenen (ca 7000) om het leven zijn gekomen. Zwaar ondervoed, in zeer slechte conditie en met honger-oedeem, werd hij door dezelfde Engelsen een dag later bevrijd. Na de oorlog is Niek van Velzen bij de rijksrecherche in dienst gekomen. Bij zijn oude collega’s terugkomen was begrijpelijkerwijs geen optie.
bron genealogie samengesteld H.van Velzen (samenvatting)
Rotterdamse politie was machtsmiddel van Duitse bezetter
Promotie
Dhr. F.A.M. van Riet/ Geschiedenis
Frank van Riet deed onderzoek naar de geschiedenis van de Rotterdamse politie in bezettingstijd. Hij beschrijft niet alleen het korps als organisatie, maar bekeek ook – op basis van meer dan honderd interviews – in welke mate de individuele politieman zich aanpaste. Naast een politieke geschiedenis van het korps is de studie ook een bijdrage aan de geschiedenis van de stad Rotterdam en de voortdurende discussie over het Nederlandse ambtenarenapparaat tijdens de bezetting. Zo onderzocht Van Riet of de korpsleiding in de ban van de bezetters was, of de gelijkschakeling (het onder nationaal-socialistische leiding brengen van alle sectoren van de maatschappij) een succes was, welke rol het korps vervulde bij de Jodenvervolging en of het korps na de bezetting voldoende gezuiverd is. Terwijl elders overeenkomsten werden gesloten tussen de bezetter en verzetsorganisaties, gingen de in Rotterdam gestationeerde Duitse (politie)-instanties, geholpen door Nederlandse handlangers, steeds verder met het onderdrukken van de bevolking. Als gevolg hiervan werden ruim 17.500 gevangenen in de cellen van het hoofdbureau van politie opgesloten en stonden in de laatste maanden van de oorlog veel slachtoffers voor het executiepeloton. Van Riet laat zien hoe een korps, onder leiding van een niet al te vooruitstrevende en milde korpschef, omgevormd werd tot een machtsmiddel van de bezetter.
Promotor
dhr. prof. dr. J.Th.M. Houwink ten Cate
Locatie
Deelname
Toegang vrij
persvoorlichting@uva.nl

25 April 2008 at 14:38
Beste weblezers,
Mijn neef Frans wees mij op de studie van Frank van Riet. Toevallig ben ik bezig aan de hand van gegevens van het NIOD, mijn vaders brieven uit het kamp Vught, boeken en artikelen van het internet etc, een kleine studie te maken van gebeurtenissen in de oorlog van ons gezin(voor een aantal van de lezertjes: oom Niek, tante Emmy, de nichtjes Jetty en Michelle en de neven Hans, Kees en Niek).
Toen op 9 april 1943 de Rotterdamse recherche werd ingeschakeld voor het arresteren van Joden, (daarvoor gebeurde dat vuile werk door Groep X, samengesteld uit foute politiemensen). Mijn vader heeft toen samen met xe9xe9n colega geweigerd en is ondergedoken. Mijn moeder, Hans en ik werden iets later als gijzelaar vastgezet in Vught. Bij een inspectie van het kamp door SS-generaal Rauter, beslist geen lieverdje, stuurde hij alle (Nederlandse?)moeders met kleine kinderen naar huis.
1 Januari 1944, mijn verjaardag, werd vader verraden, door collega’s gearresteerd en in Arnhem en Rotterdam gevangengezet. Later is hij naar Vught gebracht. uit die tijd resten nog een aantal brieven. Toen Zuid-Nederland bevrijd dreigde te worden, werden de gevangenen op transport naar Neuengamme gezet. Toen ook daar de geallieerden naderden, gingen alle ingezetenen naar Sachsenhausen. Ook hier moesten de gevangen weg voor de naderenden geallieerden. Te voet ging het naar Lxfcbeck, de beruchte dodenmars. Daar werden allen gevangenen ingescheept op drie Duitse passagiersschepen. Een lang verhaal kort. Vader overleefde de aanval van Engelsen op de drie schepen. Duizenden zijn verdronken. De kapitein van de Athen, waarop vader zat, week uit naar Neustadt in Holstein. Toen de krijgsgevangenen van boord kwamen, werden ze een half uur later bevrijd door de Engelsen. Uitgemergeld, hij woog nog 42 kilo, en ziek arriveerde hij op 4 juni in de Talingstraat.
Maar is er weer helemaal bovenop gekomen. Maar Duitser mocht je niet meer zeggen, dat werd Mof en een voldoende halen voor een Duits proefwerk was eigenlijk uit den boze.
Kees van Velzen